Economie & Financiën
Fiscale en anti-fraudemaatregelen in het ontwerp van programmawet
In het regeerakkoord zijn nieuwe fiscale ontvangsten opgenomen en maatregelen voor een correcte inning. Een groot deel hiervan werd al in december van vorig jaar geconcretiseerd. In de programmawet wordt een tweede pakket voorzien. Vicepremier en Minister van Financiën Steven Vanackere gaf vandaag toelichting aan de pers.
De rode draad doorheen alle maatregelen is, aan de burgers de garantie bieden dat iedereen op fiscaal gebied gelijk wordt behandeld en dat ze niet naïef zijn als ze eerlijk en zonder achterpoortjes hun belastingen betalen. Eén van de redenen van een hoge belastingdruk is immers dat te veel mensen, instellingen of bedrijven ontsnappen door slimmigheden allerhande.
Een groot deel van de voorstellen in de programmawet dient dus om achterpoortjes te sluiten, zodat de fiscus en de fiscale wetgeving niet meer achter allerhande fiscale handigheidjes hoeven aan te lopen.
- De antimisbruikregeling, om constructies tegen te gaan die worden opgezet met als hoofddoel belastingen te ontwijken. De fiscus krijgt meer middelen om hier tegen in te gaan.
- Intresten op leningen, aangegaan binnen eenzelfde groep, zullen niet meer aftrekbaar zijn voor het deel dat 5 maal het eigen vermogen overschrijdt. Deze regeling bedoelt de leningen onderling, met als enig doel de belastbare winst in België te drukken, tegen te gaan.
- Verstrakte informatieverplichting bij successies, over buitenlandse rekeningen en roerende inkomsten (centraal aanspreekpunt op de Federale Overheidsdienst Financiën).
De nieuwe berekening van het voordeel door het gebruik van een bedrijfswagen gaf al flink wat fiscaal creatieve geesten ideeën over hoe ze de taxatie konden ontlopen. Voor een correcte en rechtvaardige inning van de belasting uit het pakket van december, was daarom bijschaving nodig. Niet –zoals hier en daar werd beweerd – om wat bijkomende fiscale ontvangsten boven de 200 miljoen, die in de begroting werd vooropgesteld, binnen te halen.
Omdat vooral in de richting werd gedacht van verkoopconstructies met zogezegde tweedehandswagens werd de regeling herdacht naar meer objectief vaststelbare criteria. Als basis wordt de catalogusprijs voor particulieren genomen bij de eerste inschrijving van het voertuig, met inbegrip van opties en BTW, zonder aftrek van kortingen. Naargelang de CO2-uitstoot van de wagen past men hierop een percentage toe van 4 tot 18% om zo te komen tot het belastbaar voordeel van de wagen.
De waardevermindering van oudere wagens brengt men in rekening door het belastbaar voordeel te verminderen met 6% per jaar ouderdom van de wagen tot een ondergrens van 70%.
Minister Vanackere wijst er op dat België met deze regeling – vooral voor CO2-vriendelijke wagens bijzonder mild is. Duitsland houdt het op 12% voor gelijk welke wagen. De Luxemburgse fiscus begint aan de Belgische bovengrens 18% en Groot-Brittannië vertrekt van 15%. Wie koos voor een milieuvriendelijke wagen wordt dus beloond en kan de fiscale factuur eventueel lager zien uitvallen dan voorheen.
Lees ook de reactie van voormalig Staatssecretaris voor Fraudebestrijding Carl Devlies op de fraude aanpak:
http://www.cdenv.be/actua/carl-devlies-reageert-op-de-fraude-aanpak
